Denk eraan dat ik met mijn echt persoonlijke recepten nog eens fortuin hoop te maken, dus neem ze vooral niet zonder bronvermelding over. Daar houd ik me ook aan met elders gevonden recepten die ik erg lekker vind.

Oh, om te beginnen een die niet van mij is maar ook niet uit een kookboek: het échte ‘zoerfleisch’ van mijn moeder. Limburgs recept, de lekkerste ‘hachee-maar-dan-anders’ die er bestaat.
• kilo runderlappen
• peper & zout
• 2 grote uien
• 6-7 kruidnagels
• 3 laurierbladen
• flinke – hele flinke – scheut azijn (± 2,5 portglazen)

• boter

Snipper de uien in niet te kleine stukjes. Snijd de runderlappen in blokjes en bestrooi ze met peper en zout. Bak het vlees bruin in een koekenpan en fruit de uien in een braadpan. Doe het vlees met bakvet bij de uien en voeg de kruidnagels, laurier en azijn toe. Laat het vlees 2 tot 3 uur pruttelen. Bind eventueel daarna de saus.

TIP
Droog vlees af (aan beide zijden met ordinaire keukenrol) voor je het verwerkt; dat scheelt boter en/of olie en zorgt dat het beter bruin wordt.

TIP
Gebruik een deel olie een deel boter. Boter spet meer maar bakt bruiner, olie spet minder maar brandt niet zo snel aan en voegt eventueel wat smaak toe. Kies voor oosterse en neutrale gerechten arachideolie (van pinda’s), kies voor mediterrane gerechten de allerbeste olijfolie: extra vergine. Je proeft het. Echt.


Een supereenvoudig voorgerecht dat er heel speciaal uitziet.
• per persoon drie grote champignons
• per champignon een plakje katenspek
• Zwitserse strooikaas


Zet om elke champignon een plakje katenspek vast met een prikkertje. Leg de champignons op een bakplaat en plaats die in de oven die goed heet is (± 200-220¾ C). Als de champignons gaar en het spek knapperig zijn haal je ze eruit, leg je ze op bordjes en strooi je er de Zwitserse kaas omheen.
(Tip Culinair?)

Echt zelf verzonnen. Het klinkt maf maar het is heerlijk.
• 150 gram ongepaneerde schnitzel per persoon
• peper & zout
• djinten (gemalen komijn, verkrijgbaar bij toko’s)
• 2 flinke eetlepels grove mosterd
• jus uit een pakje
(Ik heb zelden echte jus omdat ik braad met geen of weinig boter, en bovendien is de pakjesjus prettiger van dikheid.)

Snijd het vlees in hapklare brokken en kruid het met peper, zout en djinten. Braad het aan in een braadpan of wok. Voeg de bereide jus toe en laat die op een laag prutteltje inkoken tot nog dikker dan het al is. Het mag totaal niet meer waterig zijn. Doe er de mosterd bij en roer alles goed door elkaar. Zet de pit nog lager zodat de mosterd niet kookt maar wel goed warm is. Dit is een lekker prutje voor bij aardappelpuree of gebakken aardappels.

De eenvoudigste lekkerste groente die ik ooit heb geproefd. Okee, onze aubergines hebben niet de smaak van de Italiaanse-net-van-het-land aubergines, maar toch...
• een halve aubergine per persoon (ze slinken!)
• zout
• olijfolie
• fijngeknipte verse rosmarijn


Snijd de aubergine(s) in plakken, maakt niet uit hoe dik, en leg ze naast elkaar in een vergiet. Strooi er zout overheen en laat ze staan tot je denkt “hee, ze verkleuren!”. Dep ze af met stukken keukenrol. Verhit olie in een pan, leg de aubergineplakken naast elkaar erin (ze worden kleiner als je ze bakt, dus je kunt er steeds nieuwe plakken bij leggen) en strooi over elke plak wat rosmarijn. (Dat is een plantje dat niet alleen heel goed te krijgen is op de markt of bij de wat uitgebreidere groentenwinkel, maar ook nog eens heel erg lang houdbaar is als je maar één keer in de week water geeft en alle volgroeide takken eraf knipt. Wat je dan los op je aanrecht hebt liggen kun je zo invriezen.)
Als je denkt dat het bakken te hard gaat voeg je nog wat olijfolie toe. Het lekkerst zijn deze plakken als ze net niet zwart zijn.


 naar boven