|
 Hoe zit het nou? Tangconstructies Overpeinzinkje
|
| |
Overpeinzingen en hoe-kan-het-beters
Hoe zit het nou?
Soms zitten er in onze taal – en vast ook in andermans taal – van die probleempjes waar zelfs echte taalfreaks het maar niet
over eens kunnen worden. Hele blikken deskundigen kun je ervoor
opentrekken, er blijft onenigheid over bestaan.
Zoals bijvoorbeeld over het volgende: is het nu een appeltje vóór
of tégen de dorst? Van Dale zegt: ‘Een appeltje voor
de dorst – iets (vooral geld) dat men bewaart om het in
tijd van nood te gebruiken.’ In dit woordenboek gaan ze
er dus vanuit dat je eerst dorst hebt, en je dan dat appeltje
herinnert dat je juist hiervoor hebt bewaard. Maar in de praktijk
komt het hierop neer: je legt elke maand wat opzij, zodat je vanaf
het moment dat je met pensioen gaat een extraatje voor jezelf
hebt en dus niet in inkomen achteruit gaat. Dan zou het een appeltje
tégen de dorst zijn; je voorkomt ermee dat je dorst krijgt.
Of een regenjas, is die voor of tegen de regen? Deze lijkt hetzelfde,
maar is eigenlijk gemakkelijker (vind ik, daar valt natuurlijk
ook weer over te discussiëren). Je doet hem aan om tegen
te gaan dat je nat wordt, en niet omdat je denkt: “Ach,
die regen vindt dat leuk als ik mijn regenjas aantrek.”
Je trekt ’m dus niet aan voor de regen (zoals je die rare
rok van je tante aantrekt als ze op bezoek komt), maar ertegen.
Als je te laat komt, is dat dan omdat de brug open stond, of was-ie
juist dicht? Als je met de boot bent is het eenvoudig. De brug
moet eerst open gaan voor je erdoor kunt – als je een flinke
boot hebt. Met de auto, fiets of te voet is het minder overzichtelijk.
Je kunt er niet door als het wegdek negentig graden omhoog staat,
dus de brug is open. Maar voor het zover is gaan er slagbomen
voor, dus de brug is dicht... Misschien kunnen we beter iets heel
anders verzinnen, in de trant van: “Ik ben te laat omdat
de brug in een hoek stond.”
|
|
|
naar boven
|
| |
Tangconstructies
Het fenomeen tangconstructie neemt een aparte plaats in als het
om stijl gaat. Het is geen fout, maar het zet lezers snel op het
verkeerde been, en dat kan nooit de bedoeling zijn van een publicatie.
De naam tangconstructie slaat op de twee (of meer) woorden die
bij elkaar horen, maar zo ver uit elkaar zijn gezet dat ze de
rest van de zin als een tang omsluiten. Een soort omarmconstructie
dus.
Vergelijk
De software wordt in diverse sportevenementen, zoals de Adriaan
Paulen Memorial in Nederland, gebruikt.
met
De software wordt gebruikt in diverse sportevenementen, zoals
de Adriaan
Paulen Memorial in Nederland.
In een vrij korte zin als deze is nog wel te achterhalen dat ‘wordt’
en ‘gebruikt’ bij elkaar horen, maar hoe langer de
zin wordt hoe moeilijker het is om de stukken bij elkaar te sprokkelen
die bij elkaar horen.
De software wordt in diverse sportevenementen, zoals de Adriaan
Paulen Memorial in Nederland, de Central American & Caribian
atletiekkampioenschappen, de Russian Winter Games en IAAF Grand
Prix meeting in Moskou, gebruikt.
Of wat dacht je van een tang in een tang, dat is ook leuk.
De software wordt in diverse sportevenementen, zoals de Adriaan
Paulen Memorial in Nederland, de Central American & Caribian
atletiekkampioenschappen (waar dit jaar – de derde keer
dat ze gehouden werden – een record aantal atleten aan meedeed),
de Russian Winter Games en IAAF Grand Prix meeting in Moskou,
gebruikt.
Dan moet je je toevlucht wel nemen tot diverse leestekens om de
boel nog een beetje begrijpelijk te houden.
Terwijl het zo eenvoudig kan.
De software wordt gebruikt in diverse sportevenementen, zoals
de Adriaan Paulen Memorial in Nederland, de Russian Winter Games,
IAAF Grand Prix meeting in Moskou en de Central American &
Caribian atletiekkampioenschappen (die dit jaar voor de derde
keer werden gehouden en waar een record aantal atleten aan meedeed).
Natuurlijk is deze zin nog steeds te lang en bevat hij veel te
veel informatie, maar dat is weer een ander verhaal.
|
|
|
naar boven
|
| |
Overpeinzinkje
Waar zou dat toch door komen, dat Nederlanders zo dol zijn op
verkleinwoorden? (Sorry: verkleinwoordjes.) Is het misschien omdat
we niet zo’n groot land hebben? Maar we hebben wel een grote
mond, daar moet een heel woord toch dwars door kunnen. Dit laatste
is onzin; een verkleinwoord is juist langer dan het ‘gewone’
woord, omdat er -je, -tje, -kje of -pje aan wordt geplakt. En
dan heb je in het zuiden des lands ook nog het achtervoegsel -ke
(menneke voor mannetje) en in het westen -ie (koppie koffie).
Je kunt natuurlijk alle woorden verkleinen, maar sommige woorden
gebruik je haast alleen maar in verkleinde vorm. Je zegt vaker
kopje koffie dan kop koffie. Het grappige is dat het verschil
niet zozeer zit in de maat van het fust, maar meer in de behoefte
die je hebt. Houd je het gezellig, dan drink je een kopje. Ben
je ernstig toe aan een shot koffie, dan drink je een kop.
Soms verandert een woord van betekenis als je het kleiner maakt.
Een telefoon is zo’n ding met een hoorn, een telefoontje
is dat wat je pleegt als je de telefoon gebruikt. Een kont is
iemands achterkant tussen rug en benen, een kontje is wat je ’m
geeft als je ’m de boom in helpt.
Van bepaalde woorden zijn zelfs alleen maar verkleinde versies
mogelijk. Denk maar aan een dubbeltje, een nippertje of een kattebelletje.
Je zult nooit iemand horen spreken van een dubbel, nipper of kattebel.
En als iemand dat wel zou doen, zou hij/zij toch een beetje van
lot getikt zijn.
Het kan natuurlijk om een andere reden zijn – het is ook
een theorie die ik zelf heb verzonnen – maar volgens mij
worden er in onze taal zoveel verkleinwoorden gebruikt om een
soort gezelligheid te simuleren. Kneuter de kneuter, wij gaan
strakjes gezellig een kopje koffie drinken met een koekje erbij,
of misschien wel een gebakje. Dan draait de machine intussen een
wasje. Vanavond kunnen we wel een filmpje pikken, of als het erg
mooi weer is ergens op een terrasje een wijntje nemen.
Een andere mogelijkheid is dat een verkleinwoord minder ‘erg’
lijkt. Een standje is nog wel te overleven (een stand heb ik trouwens
nooit gehad, u wel?), maar een berisping is van een heel ander
kaliber. Iemand met een idee moet wel erg briljant uit de hoek
komen, terwijl iemand met een ideetje duidelijk nog aan het brainstormen
is. “Dat idee van jou is niks.” “Ach, het was
ook maar een ideetje.”
|
|
|
naar boven
|
|